Achter de klif 1

Gepubliceerd op 18 december 2019 om 11:59

Schrijvers tussen de Kassen heeft meegedaan aan de Kunstbestuiving, een samenwerking tussen kunstenaars en schrijvers. Ik heb aan mijn vriendin Angelique Vogels gevraagd of zij met mij wilde meedoen en dat wilde ze. Ik schreef niet één maar twee verhalen bij bovenstaand schilderij met de naam 'Zeezicht'.  
Voor iedereen die niet naar de expositie kon komen, deel ik hier  het verhaal dat ik het meest bij het schilderij vond passen.

 

Achter de klif

 

Bowie steekt zijn neus uit het raam, hij ruikt de zilte lucht al bij de parkeerplaats. Kwispelend stapt hij uit en kijkt Nora vragend aan.

‘Ja jongen, ik kom eraan.’

Voordat ze uitstapt, controleert ze in de achteruitkijkspiegel of haar pet ver genoeg naar voren staat en haar mond helemaal verborgen is achter haar sjaal. Nu is ze er klaar voor. Ze pakt de riem, doet hem bij Bowie om en dan lopen ze de duinen in.

De donkergrijze Koningspoedel is een reus vergeleken met de Jack Russel die luid keffend op hem afkomt. Bowie springt op, hij wil maar wat graag spelen. Nora trekt zacht aan de riem om hem mee te krijgen. De eigenaar van de andere hond zegt haar gedag, zonder hem aan te kijken geeft ze een knikje en loopt met snelle stappen door.

Via een verhard pad komen ze bij een hek, Nora doet hem open en voor ze het doorheeft, is Bowie er vandoor. Shit, niet weer! Honden mogen hier niet loslopen, ze hoopt maar dat ze hem snel vindt. Bowie blaft, aan de manier waarop hoort ze dat hij haar roept. Soepel loopt ze met haar zwarte gympen door het zand, steeds hoger het duin op. Daar staat hij, snel pakt ze zijn riem. Kwispelend kijkt hij haar aan en blaft dan weer in de richting van een bosje. Dat dacht ze al, hij heeft een Schotse Hooglander gevonden. Het zijn prachtige langharige koeien.

‘Rustig maar Bow, het is goed!’

Een piepend geluid is zijn antwoord, hij wil zo graag naar ze toe.

‘Ik weet wat je wilt, maar dat kan niet. Kom, dan gaan we weer naar beneden.’

Dat is Bowie niet van plan. Hij loopt naar het hoogste punt van het duin en gaat daar zitten. Nora volgt zijn voorbeeld.

‘Je hebt gelijk jongen, het is hier mooi.’

Nora kijkt om zich heen. In de verte is de zee. Een vlieger boven het water verraadt dat er een kite surfer in de buurt is. Ze probeert hem te vinden, maar dat lukt niet. Opeens voelt ze iets bij haar kin, Bowie trekt aan haar sjaal. Eerst kijkt ze om zich heen, er is niemand te zien.

‘Ja, hij kan af.’

Vrolijk trekt de hond aan de stof en blaft goedkeurend.

Het voelt prettig en onwennig tegelijk, alsof ze helemaal bloot is. Toch is het alleen haar gezicht dat onbedekt is. De wind streelt langs haar huid, komt bij de plekken die ze altijd verbergt. Hier kan ze even vergeten dat ze anders is. Ontspannen aait ze Bowie die languit naast haar ligt. Met iedere streling wordt haar ademhaling dieper. Opeens ziet ze dat de sjaal meegenomen wordt door de wind. Snel staat ze op en ziet nog net hoe de sjaal achter het klif verdwijnt. Ze kijkt of ze hem nog kan pakken, maar hij is al buiten handbereik. Bowie blaft naar de stof, maar daar komt hij natuurlijk niet door terug.

‘Wat moet ik nou Bow?’

De hond trekt aan de lijn, hij wil hem voor haar halen. Daar is het veel te steil voor, dus dat laat ze hem echt niet doen, hoe graag ze haar sjaal ook terug wil.

Wat nu? Springt ze met kans dat ze iets breekt? Of durft ze met onbedekt gezicht terug naar de auto te lopen?


« 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.