De reünie

 

 

Vanavond is er een reünie van mijn klas en daarom heb ik het jaarboek van mijn middelbare school gepakt. De jonge ogen van jeugd die zich toen al heel wat voelden, kijken me onschuldig aan. Wat wisten we toen nog weinig van het leven maar zo voelde we ons totaal niet. Wat ging er toen door ons heen?

Draag ik wel het juiste merk kleding? Ziet die jongen mij staan?  Kijkt iedereen naar mijn puist? Hoe kun je zo min mogelijk leren om gemiddeld nog net een voldoende te staan?

 

Na het lachen om de foute kleding die toen helemaal in was en kapsels die veel te uitbundig waren kijk ik naar alle gezichten, hun namen en bedenk me wat ik nog van ze weet. Sommige kom ik nog weleens tegen, bij de supermarkt, een braderie of speeltuin. Mijn oog valt op een lege plek ‘geen foto beschikbaar’ staat erbij en eronder de naam Johnny. Zijn gezicht staat nog op mijn netvlies alsof ik hem gisteren heb gezien. Het was een stille jongen die vaak helemaal tegen de kasten ging zitten en intrigerende tekeningen in zijn schrift maakte. Hij maakte ze meestal met zwarte pennenstreken. Zijn bruine ogen konden me indringend aankijken, alsof hij kon zien waar ik aan dacht. Ik vraag me af hoe het met hem gaat, welk werk hij doet. Hopelijk komt hij vanavond ook, dan kan ik het hem vragen. Ik kijk op de site van de school om te kijken of hij zich heeft opgegeven en ik ben teleurgesteld als zijn naam er niet bijstaat. Ach, misschien is hij vergeten om het door te geven maar komt hij wel.

 

Ik leg het boek aan de kant en kijk op de klok, nog twee uur te gaan. Het begint te kriebelen in mijn buik, voor de zekerheid ga ik nog maar een keer naar de w.c. Hoe zouden ze op mij reageren, zouden ze me wel herkennen? Misschien zie ik wel helemaal geen bekende, of alleen van die pestkoppen.

Ik ga opzoek naar de juiste outfit voor deze gelegenheid. Iets waar ik me prettig in voel en zegt waar ik voor sta. Niet meer dat verlegen meisje die tegen niemand durft te praten, maar een zelfverzekerde vrouw die zeker niet op haar mondje is gevallen. Het wordt een zwart rokje met hoge zwarte laarzen en een topje dat losjes valt, maar wel zodat mijn vormen goed zichtbaar zijn. Ik kies voor een neutrale make-up, met een accent op mijn sprekende blauwe ogen. Tevreden kijk ik mezelf aan in de spiegel, zo kan ik mijn oude klasgenoten weer onder ogen komen.

 

Ik stap de school binnen en loop met een automatisme naar de aula, alsof ik dat gisteren nog gedaan heb. De ruimte is al redelijk gevuld ik besluit naar de bar te lopen om mijn lege handen vastigheid te geven. Dan ga ik bij een muur staan en bekijk de mensen op mijn gemak. Al snel komt er een oudere man naar me toegelopen, ongetwijfeld een leraar maar ik herken hem niet. ‘Welkom op de reünie, jij hebt vast in mijn klas gezeten’. Ik kijk hem aan, maar heb echt geen idee wie hij is. Tot hij verder praat en ik erachter kom dat hij mijn mentor was die ik in gedachte wel honderd keer neergeschoten heb met mijn dodelijke blikken. Ik vond het vreselijk dat hij sommige voortrok en andere juist benadeelde zoals met mijn stage.

Als hij vraagt hoe het met me gaat, zal ik hem eens laten zien dat ik het heus wel gered heb, zonder zijn voorkeursbehandeling!

‘Het gaat goed met mij, meester Ver Steen. Na deze school ben ik gaan studeren, vond een uitdagende baan in de zorg, ben getrouwd en heb een tweeling van vier jaar waar ik mijn handen vol aan heb.’

In mijn ooghoeken zie ik mijn oude vriendin Patricia binnenlopen, de perfecte reden om van deze verschrikkelijke man weg te komen. ‘Ik ga weer verder, nog een fijne avond, mees.’ Met grote stappen loop ik van hem weg.

 

‘Saved by the bell,’ zeg ik tegen haar en kijk haar dankbaar aan. We beginnen te giegelen alsof we weer vijftien zijn en lopen gelijk naar de drank. Ondanks dat we elkaar al jaren niet gesproken hebben, voelt het weer helemaal vertrouwd en we beloven elkaar dan ook plechtig om het contact dit keer niet te laten verwateren. Op dat moment vallen de gesprekken stil en alle ogen zijn gericht op de vrouw die binnen komt. Als een diva kijkt ze rond genietend van alle aandacht. 

‘Sommige mensen veranderen echt niet,‘ zeggen we tegelijkertijd.

Ver Steen weet niet hoe snel hij bij zijn  favoriete leerling kan komen, maar dit keer vindt hij meer concurrentie dan hij verwacht. Alle mannen zijn als bijen op Mandy afgekomen, haar knalrode lippen staan continue in een glimlach en al snel rent haar eerste slachtoffer naar de bar om wat te drinken voor haar te pakken. Na een tijdje loopt ze voorbij, zonder ons ook maar enig teken van herkenning te laten blijken. ‘Daar heb je dan vier jaar mee in de klas gezeten, lekker is dat.’ We horen haar nog net vertellen over haar succesvolle eigen bedrijf, dat haar man een hele belangrijke man is terwijl ze met haar handen vol juwelen wappert.

 

We laten de mannen met dure merkkleding en enge nep glimlachen links liggen en stappen op een groepje vrouwen af. Al snel praten we weer over onze oude klas. ‘Hebben jullie Johnny eigenlijk al gezien,’ vraag ik terloops. Het duurt even voor ze weer herinneren wie dat was en schudden dan hun hoofden. Het gesprek gaat snel over op een ander onderwerp en ik ga mijn glas bijvullen.

Bij de bar sta ik naast een man die al kaal is en als ik zijn gezicht beter bekijk, herken ik de grootste charmeur van de klas Huib. Hij lijkt blij te zijn dat ik hem herken. Ik vraag hem hoe het nu met hem gaat, hij verteld over zijn kantoorbaan ergens in een groot gebouw, waar hij veel uren moet maken, waardoor hij weinig thuis is en zijn huwelijk op de klippen is gelopen.

Zijn ogen gaan steeds leger staan. Ook als hij verteld over zijn nieuwe huis die door een of andere bekende architect ontworpen wordt, welke dure auto hij rijdt en hoe goed zijn baan wel niet betaald, zijn ogen blijven leeg.

‘Weet jij eigenlijk wat er met Johnny gebeurd is?’ Hij kijkt me geschrokken aan ‘Waarom wil je dat weten? Je had toch niets met hem?’ Dat antwoord verbaasd me. Waarom doet iedereen toch zo vreemd als ik over hem begin. Voor ik verder kan vragen, loopt hij weg.

 

Dan komt Michael, een oude vriend van Johnny binnen en ik besluit nog een keer doelbewust naar hem te vragen. Ik zie dat ook hij overvallen wordt door mijn vraag, maar laat het daar niet bij zitten. ‘Tja, wat zal ik zeggen, je weet dat hij altijd aangetrokken werd door duistere zaken die jij en ik zouden ontlopen.’ Ik denk weer aan zijn donkere tekeningen waar ik vaak de kriebels van kreeg. ‘Ik heb nog een paar jaar contact met hem gehouden, maar na een tijd leek hij steeds verder in een smerige zaak verwikkeld te zijn waar ik niets mee te maken wilde hebben. Sindsdien heb ik hem niet meer gezien en dat verbaasd me niets. Maar jammer vind ik het wel, bedankt dat je even over hem begon, dan is er tenminste één iemand in de klas die om hem gaf.’

We praten nog wat door en ook Patricia komt bij ons staan. Daarna trekt ze me de dansvloer op, maar ik kan me niet ontspannen. De zin laatste zin van Michael blijft door mijn hoofd spoken, de lol is er vanaf en na een kort afscheid ga ik naar huis.

 

Die nacht kom ik maar moeilijk in slaap. Als ik na lang draaien eindelijk wegzak, loop ik weer door mijn oude school. In de verte hoor ik stemmen en voetstappen, maar ik zie niemand. Het begint steeds donkerder om me heen te worden en het lijkt of ik een bepaalde klas in gedwongen wordt. De contouren om me heen beginnen te vervagen, het lijkt wel of ik in een strip gevangen ben. Opeens zie ik donkere ogen. Ze kijken me aan alsof ze me iets vragen, maar wat? Ze achtervolgen me, de ruimte om me heen wordt helemaal donker. Ik wil wegrennen, maar er is geen uitweg. Wie is dat en wat wil hij van me? Met een schok word ik wakker, het is midden in de nacht en buiten hoor ik het akelige geluid van krolse katten. Ik probeer weer te slapen, maar dan zie ik Johnny’s ogen weer en die lijken het uit te schreeuwen. Ik draai me nog een keer om, maar het lukt me niet om weer te slapen. Het onrustige gevoel wat ik overhoudt, blijft de rest van de dag bij me.

 

Tijdens mijn werk ga ik in onbewaakte momenten op internet surfen om meer over Johnny te weten te komen. Ik begin bij schoolbank, maar daar is hij niet meer dan een naam. Ik ga verder met hyves en facebook, maar veel komt er niet naar boven. Tot ik zijn naam bij Google intyp en twee donkere ogen me via een foto aankijken, dit is hem. Het is een politiefoto, maar meer dan een datum van ruim een jaar geleden staat er niets bij. Ik print hem en stop hem in de map met info die ik tot nu toe gevonden heb. Later kom ik achter het adres van zijn ouders en nog voor mijn werktijd voorbij is, ga ik bij ze langs.

 

Het ouderlijk huis van Johnny ligt in een buitenwijk van het dorp en ziet er slecht onderhouden uit. Ik loop naar de grote voordeur en twijfel voor ik aanbel. Wat doe ik hier eigenlijk, moet ik wel vragen naar iemand die niemand meer wil herinneren? Dan zie ik zijn ogen weer voor me en ben ik vastbesloten om te weten wat er met hem gebeurt is. Dat is het doel van mijn bezoek. Zijn moeder doet open in ik zie een gezicht dat getekend is door de vele rimpels en ze heeft een bedroefde blik. Ik ben de eerste sinds jaren die naar Johnny vraagt, de politie niet meegerekend. Ze heeft al jaren niets meer van hem vernomen en als ze naar zijn foto’s aan de muur kijkt, rollen er grote tranen over haar gezicht. Zijn vader grijpt in, zegt dat hij toch een lastig kind was en dat ik er maar niet verder aan moet denken. Voor ik het weet heeft hij me buiten gezet. Nu ben ik helemaal vastbesloten om mijn tanden in dit zaakje te zetten, tot ik weet wat de waarheid is. Het kolkt vanbinnen, het gaat hier om een mens, die iedereen maar wat graag wil vergeten. Ik zal zorgen dat dat niet lukt!

 

Zijn moeder heeft nog iets gezegd over een bedrijf waar hij het voor zijn verdwijning over had en na een kort telefoontje weet ik waar ik die kan vinden. Het is een vierkant gebouw met geblindeerde ramen. Even denk ik aan mijn kinderen, kan ik dit wel doen? Toch stap ik uit en loop naar de voordeur die niet automatisch opengaat. Ik druk op een bel, moet me eerst melden en mijn reden voor bezoek geven, ik zeg dat ik voor mijn broer kom en dat opent de deur. Bij de balie zit een streng kijkende vrouw die direct vraagt wie mijn broer is. ‘Johnny is zijn naam.’ Ze pakt de telefoon, spreekt met diverse mensen en wijst me dan naar een stoel tegen de muur. Onrustig verzit ik iedere keer en voel het klamme zweet in mij handen. Wat ga ik vragen als ik naar binnen mag? Wat doe ik hier eigenlijk? Na tien verschrikkelijke minuten die voelen als tien uur mag ik eindelijk naar binnen. Als aan de grond genageld staar ik naar de persoon voor me. ‘Sinds wanneer is Johnny jouw broer? Niet toen we nog op school zaten.’ Mandy loopt naar me toe, maar ik kan me nog niet bewegen. Wat heeft dit te betekenen? ‘Weet je, die zogenaamde broer van jou was maar een vreemd figuur. Waarom ga je niet lekker naar huis en vergeet hem zoals wij allemaal.’ Die woorden maken me weer woedend en daardoor kom ik in beweging. ‘Wat denk je wel niet met je mooie bedrijf en je dure sieraden. Dacht je echt dat je iemands leven kunt kopen, laten verdwijnen en ermee wegkomen?’ Haar harde lach klemt mijn keel dicht. ‘Ik kan alles, dus ik zou maar snel verdwijnen, als je leven je lief is. Anders kom je onder de grond, net als je broertje, hahahaha.’

Ik ren naar de deur, nog een deur door, weg van dat verschrikkelijke mens.

 

Pas als mijn hart niet meer zo tekeer gaat, zet ik de auto langs de weg, pak mijn mobieltje, druk op stop en dan op play. Het hele gesprek staat erop. Nu wordt het tijd om naar de politie te gaan, die moet me wel serieus nemen.

Mijn dossier maakt in eerste instantie geen indruk, tot ik een foto van Mandy laat zien en het gesprek laat horen. Er wordt druk aantekeningen gemaakt, mijn mobieltje wordt meegenomen voor verder onderzoek en daarna mag ik naar huis.

 

Na een paar dagen word ik door de politie gebeld, ze hebben Johnny gevonden. Mijn kolkende hart komt eindelijk tot rust, net als zijn laatste rustplaats. Hij wordt uit de kelder van Mandy gehaald, krijgt een begrafenis zodat iedereen echt afscheid van hem kan nemen. Aan het einde van de plechtigheden komt zijn moeder naar me toe, stopt een vel papier in mijn hand en loopt dan weg. Als ik het vel omdraai, zie ik een tekening en herken direct Johnny’s stijl. Maar niet omdat hij donker is, dit is van onze schooltuin op een zonnige dag.

 

Het verhaal 'De reunië' heb ik in 2011 geschreven, voor de schrijfwedstrijd van DOEL. Ik vind het grappig om te zien dat Hyves erin voorkomt, dat was toen helemaal in.

De inspiratie kwam door het nummer 'Yearbook' van de band Hanson. Ben je na het lezen benieuwd geworden naar het lied, klik dan hier

Reactie plaatsen

Reacties

Ria
3 maanden geleden

Leuk verhaal Suzanne

Tribute

 

Al bij de eerste aankondiging twijfelde ik of ik zou gaan? Het is niet de echte, dat kan ook niet meer. En toch, het is wel met zijn muziek, zijn moves. De datum kwam steeds dichterbij en nog steeds had ik geen kaartjes gekocht, tot ik ze opeens voor Moederdag kreeg!

 

Op 25 mei was het zover: ik ging naar de Michael Jackson Tribute! Van te voren had ik op internet gelezen wat andere mensen ervan vonden en die berichten waren positief. Met een goed gevoel ging ik de zaal in. Het scherm voor het podium met een afbeelding van de artiesten zag er al veel belovend uit en de Motown muziek die opstond bracht me in de goede sfeer. Naast me zat een meid van begin twintig, ze had geen oog voor mij omdat ze druk aan het praten was met de degene naast haar.

Na een paar minuten ging het doek omhoog en daar stond hij dan: Ben. Van een afstand leek hij inderdaad op Michael. Natuurlijk deden ze ‘Wanna be startin somethin’ en het dak ging eraf. Het was in een theaterzaal, maar al snel zat niemand meer. Ben kwam zelfs naar het publiek toe met zijn gitarist. De meid naast me begon te duwen, alsof ze door me heen wilde om bij Ben te komen. Ik hoorde de man naast haar zeggen: ‘Cryssie houdt je in.’

            ‘Ja echt niet Ruub, zo dichtbij is hij nooit meer.’

            Ik zag dat hij haar arm vasthield, op een vaderlijke manier. Mijn blik werd naar de twee getrokken, in plaats van naar Ben. Waarschijnlijk was het haar broer, ze hadden dezelfde bruine ogen. Door een plotse gil van Ben, werd mijn aandacht verschoven. Hij rende de trap af, het podium weer op naar zijn danseressen. Opeens was hij verdwenen en klonken de drum en de gitaar en even dacht ik ‘You could me mine’ van Guns ’n Roses te horen. De broer van ‘Cryssie’ ging gelijk staan, dit was vast meer zijn muzieksmaak. Het nummer ging over in ‘Black or white’ en hij ging gelijk weer zitten, ook al probeerde zijn zusje hem weer uit zijn stoel te krijgen.

 

Veel te snel zakte het doek naar beneden, het was pauze. Natuurlijk stond er een hele rij bij de dames wc, de een had een glimmende hoed op, de ander een t-shirt met Michael erop. Dat had ik vroeger ook gedaan, nu had ik gewoon iets neutraals aan. Ik was zo bezig met rondkijken, dat ik bijna niet in de gaten had dat ik aan de beurt was om te plassen.

            In de foyer stonden drankjes klaar, met een wijntje in mijn hand keek ik de ruimte rond. Het was een mooi theater, heel ruim opgezet. Er stond muziek op, maar die was zo zacht dat het door het gepraat niet opviel. Even dacht ik Michael te zien, de echte! Zo onopvallend mogelijk schoof ik zijn kant op. Toen ik bijna naast hem stond, zag ik dat hij een bril droeg, geen zonnebril maar één op sterkte. Die zal hij vast ook gedragen hebben, bedacht ik me. Dit was niet MJ, dat is ook onmogelijk.

 Ik nam een paar slokken en hoorde dat een stem zeggen dat de pauze voorbij was. Snel dronk ik mijn glas leeg en liep naar mijn stoel. De broer en zus zaten er al, toen ik haar passeerde zat ze aan de lange pluk voor haar ogen te trekken.

            Al snel ging het doek weer omhoog en kwamen er een aantal Jackson Five nummers. Ondanks het feit dat die liedjes ver voor mijn tijd waren, kende ik ze allemaal en de meid naast mij, die nog jonger was, verrassend genoeg ook. Ik zong samen met haar terwijl haar broer niet eens met zijn hoofd op de melodie knikte.

            De nummers die ik in het eerste deel gemist had, kwamen allemaal voorbij.

            Opeens begon de meid naast me tegen me te praten.

‘Ik ben benieuwd hoe ze ‘Thriller’ gaan doen.’

            Verrast keek ik haar aan. ‘Ja inderdaad. Dan moeten ze vast schminken.’

            ‘Grote kans dat ze die daarom als laatst spelen.’

            ‘Dat kan, of ze gebruiken een masker.’

            ‘O ja, net zoals Michael deed tijdens de HIStory tour.’

            Haar broer keek ons nu aan of we een andere taal spraken en lachte ongemakkelijk.

            Twee nummers later kwam Thriller, Ben had geen schmink en ook geen masker. Verkleed als zombiebruiden kwamen de danseressen naar het publiek gestrompeld. Opeens hoorde ik een harde gil, die kwam niet van Ben, maar van degene naast me. Ze zat bijna op haar broers schoot door de schik van de zombie die naast haar stond.

Ben zei dat het optreden afgelopen was, maar we hadden Billy Jean nog niet gehoord! Nadat we in koor ‘we want more’ riepen, kwam Ben met het koffertje op. Hij haalde er een hoed uit en de glimmende handschoen. De bekende beat begon en iedereen om ons heen reageerde gelijk. Niemand zat nog op zijn stoel!

            ‘Nu de Moonwalk nog, want die heeft hij amper gedaan.’

             Ik knikte naar haar, dat was precies wat ik ook al dacht. En ja hoor, daar was hij dan. Veel te kort naar ons zin.

‘Jammer dat hij zijn hoofd niet mee bewoog.’

            ‘Tja, niemand kan hem zoals Michael.’ Dat gevoel had ik de hele avond al. De show was goed, leuk, bijzonder, maar niet de echte MJ.

            Alle artiesten stonden vooraan op het podium en maakten een diepe buiging. Wij klapten en joelden. Ik wilde nog even napraten met ‘Cryssie’, maar ze waren al verdwenen. Ach, ik zou ze vast nog wel tegen komen.

Ik ging achter iedereen aan en in de foyer was het al heel rustig. Ik liep nog wat heen en weer, maar zag ze niet. Ik twijfelde even of ik nog wat zou drinken, maar dat deed ik liever thuis met een DVD van de enige echte Michael aan.